Otto wist altijd wel een trailer te versieren waarmee hij, met hulp van zijn naamgenoot, onze Gooimeermin en later de IJmeermin naar Wageningen kon vervoeren. Ik was er dan ook bij en keek toe hoe hij met uiterste precisie de trailer achterwaarts het terrein van VADA op reed, waar onze boot per hijskraan de haven in werd gehesen.
Met acht roeiers was het mogelijk om op een van de wisselplaatsen een deel van de bemanning te vervangen. Ook toen was het, met name bij de laatste raaikilometers, een vermoeiende tocht.
Nu hadden we geen eigen boot, maar leenden we een wherry van de Wageningse roeivereniging: de Scholakster.
Twee roeiers en twee op het stuurbankje: Jos, Klaas, een introducée uit Baarn (Annelies) en ik.
Om half acht zou de palaver beginnen. Om acht uur waren we gelukkig nog wel op tijd. Een bijzonder hartelijke ontvangst. Koffie en koeken. Een goede start.
Onze boot lag al in het water, waardoor we haast als eerste konden vertrekken. Leuk om het hele veld te kunnen aanschouwen. De een na de ander roeide ons voorbij. Vaak snelle C-vieren met een jonge bemanning, inclusief stuurman. Bijzonder waren een drietal boten met drie roeiers en een stuurman.
Zelfs de andere wherry’s haalden ons uiteindelijk in, zodat we als laatste in de sluis bij Driel arriveerden.
Het lukte ons volgens het principe first in, first out weer een kleine voorsprong te nemen, maar bij die brug — “die ene brug te ver” — hadden alle zeventien roeiboten ons alweer ingehaald, zodat we als laatsten met een wijde bocht de IJssel opvoeren. Een derde deel van de 70 kilometer zat erop.
In Arnhem hadden we nog even telefonisch contact met onze vroegere ploegmaat Jan Jaspers, die voor ons helaas tegenwoordig in Arnhem woont.
De IJssel heeft voordelen. Op de Rijn voeren we stroomopwaarts; op de IJssel hadden we de stroom mee. Maar helaas! De noordoostenwind wakkerde net iets te veel aan, waardoor het voordeel een nadeel werd. Door “op het water” te wisselen haalden we tot Doetinchem af en toe een team in, maar we raakten langzaamaan steeds verder achterop.
Ook wij moesten af en toe een plaspauze inlassen.
Na Brummen hebben we geen meelopers meer gezien.
Jammer dat de vermoeidheid ons wat liet afzien, maar dankzij onze volgboot lukte het ons toch om binnen de tijd (vóór vijf uur) het ISALA-vlot te bereiken. De ontvangst bestond uit een heerlijk bittertje en na de uitstekende Italiaanse maaltijd volgde zelfs nog een applausje voor de tachtigplussers.
Al met al een bijzondere tocht. Jammer dat er deze keer zo weinig deelnemers waren.
Volgend jaar graag een groter contingent uit Naarden. Eventueel weer met een eigen boot en — wellicht verstandig — wisselroeiers.
Het is tenslotte een eind!

Mijn eerste RIJM roeide ik onder andere met Jan van der Veer (fot hieronder 2e van links). Dat gaat zich niet herhalen. Jan is op 20 juni, een maand na zijn 81e verjaardag, overleden. We gaan hem en zijn energie missen.

Inloggen om een reactie te plaatsen.